| > archief >Kwestie Sijbesma | Februari 2004Vragen ex. Art. 42 R.v.O.(raadsnummer 2004-074) |
| Nieuwegein, 8 februari 2004 |
Geacht college, In uw brief van 21 januari jongstleden beantwoordt u onze vragen van 28 december 2003 over de bovengenoemde aangelegenheid. Onze fractie is gedeeltelijk tevreden met uw beantwoording. Daarom komen wij terug op deze kwestie. Omdat het Utrechts Nieuwsblad volgens u over de brief van de advocaat van Sijbesma Marketing, Reclame en Advisering beschikte, heeft u uw reactie ter kennis gebracht van de leden van de raad. Wij begrijpen uw motivatie. Aangezien u evenwel aangeeft dat niet u de pers had geïnformeerd, behoefde u geen schade te duchten indien u zou hebben besloten uw reactie uitsluitend te richten tot de firma Sijbesma cq zijn advocaat. Ook dat zou beslist als zuiver en zorgvuldig zijn gekwalificeerd. Wij begrijpen uw motivatie maar vinden dat u uw ´pers-gevoeligheid´ te zeer heeft laten gelden. Op zijn verzoek heeft u het Utrechts Nieuwsblad uw reactie toegezonden. Meer nog dan bij het vorenstaande heeft u hierbij blijk gegeven van gevoeligheid voor de pers. Het is, zoals u verklaart, niet uw verantwoordelijkheid dat de brief van de advocaat in bezit was van de krant. Vraag: Wilt u hiermee zeggen dat vast staat dat de brief niet via de gemeente Nieuwegein bij de pers terecht is gekomen, of alleen dat uw college de brief niet naar de krant heeft doorgestuurd? Het is onzes inziens wel uw verantwoordelijkheid om vast te houden aan de beginselen van zorgvuldigheid en zuiverheid, waar het zaken als deze betreffen. Dat u hebt voldaan aan het verzoek van de krant om de zaak nog verder publiek te maken, is hier volgens ons strijdig mee. Vraag: Deelt u de opvatting van ONS dat u de zorgvuldigheid en zuiverheid beter had gediend als u niet op het verzoek van de krant was ingegaan? U bent er van uit gegaan dat de visie van vm. wethouder Verbeek inzake het plan "Nieuwegein Sportief" ook de visie was van haar partij Leefbaar Nieuwegein. Zoals wij in onze brief van 28 december hebben gesteld, heeft u hiermee een verkeerde aanname gedaan. Leefbaar Nieuwegein had, voor zover het de toenmalige fractie betrof, een dualistische visie op de verhouding tussen wethouder en fractie. De fractie was van oordeel dat een wethouder niet meer een verlengstuk van een politieke partij is maar zich, binnen een samenwerkend college, richt op de uitvoering van het ´eigen´ collegeprogramma en zaken die daarmee verband houden. In die zin is ´Nieuwegein Sportief´ een zaak des colleges, ongeacht of en hoe hierover binnen het college is gecommuniceerd. De veronderstelling dat de partij bij dit project zou zijn betrokken is wellicht het gevolg van het nagloeiende monisme. Uw verklaring wordt daarom begripvol ontvangen. Vertrouwende op een spoedige reactie, vriendelijke groet, Namens de fractie van Onze Nieuwegeinse Samenleving, Balth de Winter, fractievoorzitter |
| Beantwoording |
Onderwerp beantwoording vragen ex artikel 42 R.v.O.
(Raadsnummer 2004-115) VERZONDEN - 2 maart 2004 Geachte heer De Winter, In uw brief van 8 februari 2004 stelt u ons ingevolge het bepaalde in artikel 42 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad een tweetal vragen. Hiermee komt u terug op de kwestie Sijbesma, waarover u op 28 december 2003 al vragen had gesteld. In onze brief van 20 januari 2004, verzonden op 21 januari 2004, hebben wij deze vragen beantwoord. Uw fractie is echter met de volgende vragen blijven zitten: Vraag 1: Het college stelt dat het niet zijn verantwoordelijkheid was dat het Utrechts Nieuwsblad in bezit was van de brief van de advocaat van Sijbesma. Wat bedoelt het college daarmee? Wil het college daarmee zeggen dat de brief niet via de gemeente Nieuwegein bij de pers terecht is gekomen of alleen dat het college de brief niet naar de krant heeft doorgestuurd? In ons antwoord van 20 januari 2004 staat dat wij, dat wil zeggen burgemeester en wethouders, de pers niet als eersten over de brief hebben geïnformeerd. Sterker nog, het Utrechts Nieuwsblad wist eerder dan wij dat de advocaat een brief naar de gemeente had gestuurd. Op welke wijze de bewuste brief bij het Utrechts Nieuwsblad terecht is gekomen is ons helaas niet bekend. Vraag 2: ONS is van mening dat het college de zorgvuldigheid en zuiverheid beter zou hebben gediend als het niet op het verzoek van de krant was ingegaan om de zaak nog verder publiek te maken. Deelt het college deze opvatting? Zoals reeds in onze brief van 20 januari 2003 aangegeven, hebben wij bij het verstrekken van informatie aan het Utrechts Nieuwsblad de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Dat neemt niet weg dat wij beseffen dat het voor direct betrokkenen, de heer Sijbesma en voormalig wethouder mevrouw J. Verbeek, niet aangenaam (geweest) is om de kwestie breed in de pers uitgemeten te zien. Wij onderstrepen hier echter nogmaals dat wij op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur geen argumenten hadden om de gevraagde informatie niet aan het Utrechts Nieuwsblad te verstrekken. Vertrouwende u met bovenstaande naar behoren te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Nieuwegein Drs CM. de Vos De burgemeester Drs. P.C.M. van EIteren De secretaris |

