ACTUEEL WIJKEN PARTIJ FRACTIE ARCHIEF
> archief > Grond aan- en verkoop Van Heukelumstraat 6-8 en verkoop vm Rijnhuyseschool Mei 2004

Vragen ex. Art. 42 R.v.O.(raadsnummer 2004-231)

Nieuwegein, 4 mei 2004 Geacht college,

Ter besluitvorming in de gemeenteraad ontvingen wij uw voorstel, genummerd 2004-163, handelend over de ´aankoop grond Van Heukelumstraat 6-8 en verkoop grond en schoolgebouw Van Heukelumstraat 6-8 (vm. Rijnhuyseschool)´.
Voor de goede orde merken wij op dat dit voorstel gaat over drie onderdelen:
  1. De aankoop van een deel van de ondergrond van de school en een deel van het speelterrein van de R.K. Tabor Parochie (ca. 1.050 m2);
  2. Verkoop van het schoolgebouw met ondergrond, omliggend buitenterrein en verdere aanhorigheden aan Pamada B.V. (ca. 1.960 m2);
  3. Besteding van het positieve saldo uit deze verkoop van € 198.500,-- aan goedmaking van een fout in de reservering van budget voor de toepassing van de 1% regeling Beeldende Kunstopdrachten.
De punten 1 en 2 horen bij elkaar. Dat geldt niet voor het 3e punt. De ´winst´ uit een onroerendgoedtransactie dient ten principale te worden toegevoegd aan het vermogen. Dat u verzuimd hebt om de Percentageregeling Beeldende Kunstopdrachten toe te passen, rechtvaardigt geenszins het loslaten van dat principe. Indien u over extra middelen wenst te beschikken om dit probleem op te lossen, dan dient u een op dat onderwerp toegesneden kredietvoorstel te doen. Wat maakt het noodzakelijk om van de normale wijze van werken af te zien?

De fractie van ONS is niet bepaald onder de indruk van het saldo van € 198.500,--. Hoewel de gemeente zelf eerst een deel van de ondergrond moet aankopen om tot verkoop van het totaal te kunnen komen, lijkt de netto opbrengst te wijzen op een verkapte financiële ondersteuning van Pamada BV. Wij laten ons echter graag door u overtuigen van de juiste constructie van deze financiële transactie.

Middels externe contacten zijn wij ervan op de hoogte dat niet alleen Pamada BV van belangstelling blijk heeft gegeven voor verwerving van de vm Rijnhuyseschool. Het verbaast ons dat u hiervan in het raadsvoorstel geen gewag maakt. Daardoor wordt de raad ook geen keuze gelaten voor de kandidaat met wie de uiteindelijke transactie wordt gesloten, cq welke bestemming de vm Rijnhuyseschool zal krijgen. Graag worden wij voor de raadsbehandeling van dit voorstel geënformeerd over andere gegadigden en de aanleiding om aan hen in het voorstel geen aandacht te geven.

Met vriendelijke groet,
namens de fractie van Onze Nieuwegeinse Samenleving,

Balth de Winter, fractievoorzitter
Beantwoording Onderwerp beantwoording vragen ex artikel 42 R.v.O. (Raadsnummer 2004-286)
VERZONDEN - 4 juni 2004

Geachte heer De Winter,

In antwoord op uw bovenvermelde brief met vragen op grond van art. 42 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad inzake de voormalige Rijnhuyseschool berichten wij u het volgende.

In uw eerste vraag verzoekt u ons College waarom de opbrengst van de onroerend goed transactie niet wordt toegevoegd aan de algemene middelen.

Begin 2002 is het Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. In de bijbehorende kredietaanvraag is abusievelijk de Percentageregeling voor beeldende kunstopdrachten niet betrokken. Deze omissie wordt met de bestemming van de opbrengst van de vm. Rijnhuyseschool (grotendeels) hersteld.
Normaliter zou de opbrengst worden toegevoegd aan de algemene middelen en separaat een voorstel aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd over de Percentageregeling Beeldende Kunstopdrachten. Wij zijn ons er van bewust dat hier gekozen is voor een pragmatische oplossing.

De tweede vraag heeft betrekking op de netto opbrengst en verkapte financiële ondersteuning van Pamada BV.

De netto opbrengst is gebaseerd op een taxatierapport De Keizer Makelaarsgroep op basis van het prijspeil 2001. Dit tijdstip is gekozen omdat normaliter Pamada BV (Brummi) de school al in 2001 had kunnen kopen ware het niet dat de Toonladder grotendeels afbrandde en tijdelijk elders onderdak moest worden verleend. De overeengekomen koopprijs tussen Pamada BV en de gemeente is lager dan de getaxeerde waarde, maar is te verklaren door de van gemeente gestelde voorwaarden als:
- voorkeursrecht gemeente Nieuwegein bij verkoop door Pamada BV gedurende 10 jaar;
- kosten asbestsanering zijn voor rekening en risico Pamada BV.
Zowel de koop- en verkoopovereenkomst tussen Pamada BV en de gemeente als het taxatierapport van De Keizer Makelaarsgroep heeft voor u ter inzage gelegen. Van enig verkapte financiele ondersteuning van Pamada BV is volgens ons dan ook geen sprake.

Uw derde vraag heeft betrekking op de belangstelling en kandidaten voor verwerving van de vm. Rijnhuyseschool.

in totaal hebben zich vier gegadigden bij de gemeente schriftelijk gemetd die belangstelling hebben voor de voormalige Rijnhuyseschool. Daarnaast is de gemeente door diverse projectontwikkelaars en derden (mondeling) benaderd over de mogelijke verkoop en wijziging van de bestemming maatschappelijke doeleinden.
Op 29 mei 2001 heeft het College net besluit genomen de maatschappelijke bestemming van de vm. Rijnhuyseschool te handhaven en onderhandeiingen aan te gaan met Pamada BV. Deze onderhandeiingen hebben geleid tot een koop- en verkoopovereenkomst tussen Pamada BV en gemeente. Besloten is uitvoering te geven aan een eerder genomen besluit.

Onroerend goedtransacties behoren tot de competentie van ons College. De competentie over de bestemming van de opbrengst van dergelijke transacties behoort tot de gemeenteraad. Daarom is in het raadsvoorstel geen mededelingen gedaan over andere belangstellenden of andere gegadigden; het is voor de bestemming van de opbrengst niet relevant.

Wij zullen de gemeenteraad van de ontwikkelingen met betrekking tot de vm. Rijnhuyseschool op de hoogte houden.

Wij verwachten u met dit antwoord naar behoren te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Nieuwegein

drs CM. de Vos
de burgemeester

drs P.C.M. van Elteren
de secretaris