| > archief > Referendum parkeerverordening | September 2004Vragen ex. Art. 42 R.v.O.(raadsnummer 2004-400) |
Nieuwegein, 15 september 2004
|
Geacht college, Op 14 september jongstleden nam de fractie van ONS kennis van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) in het geding tussen de heer C. Ytsma en het Centraal Stembureau van de gemeente Nieuwegein betreffende het beoogde referendum over de parkeerverordening. De RvS stelt dat het beroep van de heer Ytsma gegrond is. Tevens stelt zij echter vast dat onvoldoende geldige ondersteunende verklaringen zijn ingediend om de gemeente te verplichten een referendum te houden over het besluit betreffende de parkeerverordening. Het Centraal Stembureau heeft slechts een procedurele fout gemaakt door onvoldoende ruimte te geven om de afgekeurde ondersteuningsverklaringen te controleren. Daarin is het Centraal Stembureau gecorrigeerd door de RvS. Maar toch geen referendum. Per saldo is de missie van de heer Ytsma dus niet geslaagd. De fractie van ONS voelt zich genoodzaakt hierop te reageren en daarbij enkele vragen aan het adres van het college te stellen. In de afgelopen periode is van diverse zijden sterk geageerd tegen het initiatief om een referendum te organiseren. Vooral richtte dit zich tegen de wijze waarop de Nieuwegeinse kiezers werden gemotiveerd om ondersteuningsverklaringen te ondertekenen. Raadslid Reusch (D66) noemde het kortweg boerenbedrog, dat het referendum zou dienen om een streep te halen door het betaald parkeren. Raadslid Lubbinge (PvdA) was milder maar vond eveneens dat het betaald parkeren niet ter discussie stond. Immers, een besluit hierover was allang geleden genomen, in overleg met de bevolking. Raadslid Van Randwijk (CDA) vond het pure misleiding dat handtekeningen werden geworven alsof daarmee het besluit over betaald parkeren ongedaan zou worden gemaakt. Wij hebben al eerder betoogd (www.onsweb.nu) dat het met die misleiding wel meevalt: een meerderheid tegen de parkeerverordening betekent uiteindelijk een ongemak of zelfs blokkade voor het doorvoeren van betaald parkeren. Weerstand tegen een ooit genomen raadsbesluit komt natuurlijk nooit goed uit.... Zoveel is wel duidelijk. ONS is bij het werven van de handtekeningen vaak aanwezig geweest om uit te leggen waar dit referendum precies over gaat. Ter plaatse en in direct contact met het publiek. Daaruit is gebleken dat het de meer dan 4.000 ondertekenaars uit Nieuwegein en zelfs van daarbuiten zeer nadrukkelijk gaat om het niet doorvoeren van het betaald parkeren en dat men daarvoor tegen de parkeerverordening wil stemmen. Waar partijen beweren dat het besluit om betaald parkeren na goede samenspraak met de Nieuwegeinse bevolking is genomen, zo goed blijkt dat vele Nieuwegeiners en zelfs niet-Nieuwegeiners daar uitgesproken tegen zijn. Dat is wat ONS betreft een teken aan de wand. De RvS vindt het niet aan de orde om te beoordelen of het Centraal Stembureau van Nieuwegein de afgekeurde ondersteuningsverklaringen terecht heeft afgekeurd. Dus, afgekeurd is afgekeurd. Alleen had de heer Ytsma meer ruimte moeten hebben gekregen om al die afkeuringen te bekijken, ongeacht of deze terecht of onterecht zouden zijn. Deze hele gerechtelijke procedure gaat dus feitelijk nergens over. Dat er nu 17 ondersteuningsverklaringen alsnog zijn goedgekeurd, betekent slechts dat uitsluitend het Centraal Stembureau de gang van zaken bepaalt. Overigens blijkt dat volstrekt helder uit het verslag van de openbare zitting van het Centraal Stembureau op 10 en 11 september. Wij zijn er aanvankelijk van uit gegaan dat het Centraal Stembureau vooraf vastgestelde criteria hanteerde bij de beoordeling van de ondersteuningsverklaringen. Als dat niet zo zou zijn dan ligt het spook van de willekeur natuurlijk om de hoek, wat de rol van het Centraal Stembureau ernstig zou belasten. Het staat ons bij dat het hier uitsluitend gaat om de verifieerbaarheid van de persoonsgegevens t.o.v. de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Uit de openbare zittingen van het Centraal Stembureau lijkt er echter sprake te zijn van willekeurige criteria, die verschillend van aard al naar gelang de situatie van toepassing zijn. Wij willen duidelijkheid. Vraag 1: Welke vooraf bepaalde objectieve criteria werden door het Centraal Stembureau gehanteerd bij de beoordeling van de ondersteuningverklaringen? Graag een overzicht hiervan. Vraag 2: Waarom is niet bij voorbaat openbaar kennis gegeven van deze criteria, opdat met volstrekt duidelijke richtlijnen de inhoudelijke juistheid van de beoordelingsprocedure kon worden gecontroleerd? Vraag 3: Op grond van welke overwegingen of richtlijnen zijn bij de vervolgzitting van het Centraal Stembureau 17, aanvankelijk afgekeurde, ondersteuningverklaringen alsnog goedgekeurd? Vraag 4: Is het mogelijk dat controle van de ondersteuningsverklaringen ook voor de leden van het Centraal Stembureau dermate lastig is dat een veelvoud van aanvankelijk afgekeurde ondersteuningsverklaringen bij nadere beschouwing toch goedgekeurd zouden kunnen worden? Kunt u dit, mede gelet op het antwoord op vraag 3, onderbouwen? In de media is meermalen betoogd dat het beoogde referendum onterecht het betaald parkeren betreft. Wij roepen hierbij het 'boerenbedrog' van raadslid Reusch (D66) in herinnering. In aanmerking nemende dat alle, zoniet het merendeel van de ondersteuningsverklaringen voortkomt uit weerzin tegen het betaald parkeren, zou dan het college van Nieuwegein hierin de boodschap kunnen zien, dat het betaald parkeren niet op behoorlijke steun van de Nieuwegeinse kiezer is gebaseerd? Wat is hierop uw reactie? Wij zijn van oordeel dat de toeleiding tot het door de heer Ytsma beoogde referendum over de parkeerverordening veel heeft losgemaakt. De weerstand van het college, enkele coalitiepartijen en een enkele partij die eerder aan het college deel nam (PvdA), tegen het referendum is begrijpelijk. VVD, PvdA en D66 hebben immers zelf het invoeren van betaald parkeren in het vorige college vastgesteld en ook de raad tot dat besluit bewogen. De bevolking van Nieuwegein blijkt daar inmiddels (en misschien altijd al) anders over te denken. Wij achten de tijd rijp dat het gemeentebestuur op eigen initiatief een referendum organiseert over betaald parkeren in en om de binnenstad van Nieuwegein. De signalen uit de Nieuwegeinse samenleving (en daarbuiten) zijn daarvoor meer dan voldoende ondersteunend. Is het college bereid om een daartoe strekkend voorstel aan de raad te doen? Met vriendelijke groet, namens de fractie van Onze Nieuwegeinse Samenleving, Balth de Winter, fractievoorzitter |
| Beantwoording |
Onderwerp: Beantwoording brief ex art. 42 RvO
inzake referendum over de parkeerverordening (zie 2004-400). (Raadsnummer 2004-441) VERZONDEN - 18 oktober 2004 Aan de fractie van Onze Nieuwegeinse Samenleving, In uw brief (ex. Art.42 R.v.O) van 15 September jongstleden stelt u vragen aan het college van B&W over het referendumverzoek voor de Parkeerverordening 2004. Uw vragen genummerd 1 tot en met 4 zijn vragen die het centraal stembureau regarderen en niet het college van B&W. Ik wijs u er op, dat het centraal stembureau een zelfstandig orgaan is en geen verantwoordingsplicht jegens de gemeenteraad heeft. Desalniettemin zal ik als voorzitter van het centraal stembureau uw vragen beantwoorden. Vraag 1: Het Centraal Stembureau heeft bij de beoordeling van de ondersteuningsverklaringen de criteria gehanteerd, zoals die zijn aangegeven in artikel 86 lid 2 van de Tijdelijke referendumwet. Een kopie van dit wetsartikel is als bijlage bijgevoegd. Daarbij is voor de verificatie van de op de verklaring ingevulde persoonsgegevens, de in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) van Nieuwegein opgenomen informatie als uitgangspunt gehanteerd. Vraag 2: In de openbare kennisgeving, welke op 21 juli 2004 in de Molenkruier is geplaatst, is een weergave van de wettelijke criteria voor beoordeling van de ondersteuningsverklaringen opgenomen. Deze opsomming werd voorafgegaan door de zinsnede: "Let op: een afgelegde ondersteuningsverklaring is alleen geldig als:". Een kopie van deze openbare kennisgeving is als bijlage bijgevoegd. Vraag 3: Het Centraal stembureau heeft bij haar beslissing tot ongeldig verklaring van ingediende ondersteuningsverklaringen onderscheid gemaakt tussen identificerende en nietidentificerende gegevens. Op grond daarvan zijn alle ingediende ondersteuningsverklaringen, waarvan de identificerende gegevens (Naam, Eerste voornaam en verdere voorletters, Nationaliteit, Geboortedatum en -plaats) niet conform de GBA waren ingevuld, als ongeldig aangemerkt. Ten aanzien van variabele, niet identificerende gegevens als Adres en Postcode, heeft het Centraal stembureau in gevallen waar deze wel volledig, maar niet (geheel) conform de GBA op het formulier waren vermeld, de verklaring als geldig bestempeld. Er kan immers sprake zijn van bij voorbeeld een in behandeling zijnde, nog niet verwerkte verhuisprocedure. Teneinde hierin een volstrekt consequente gedragslijn te hanteren, zijn tijdens de openbare zitting, op initiatief van het Centraal stembureau, een aantal verklaringen waarover ten aanzien van dit aspect enige onduidelijkheid of twijfel bestond, alsnog geldig verklaard. Overigens heeft de Raad van State in haar uitspraak van 13 September 2004 aangegeven dat het Centraal stembureau bovenbedoelde verklaringen ten onrechte als geldig heeft aangemerkt en derhalve tegen de achtergrond van de wettelijke bepalingen op dit punt feitelijk stronger had moeten zijn in haar beoordeling. Vraag 4: Nee. Alle ingediende ondersteuningsverklaringen zijn door het Centraal stembureau met consequente hantering van de in de vorige vragen nader toegelichte criteria en overwegingen, zorgvuldig beoordeeld. Daarbij is op geen enkele wijze gebleken dat, behoudens de op initiatief van het Centraal stembureau alsnog goedgekeurde 17 ondersteuningsverklaringen, sprake is van onterecht als ongeldig bestempelde verklaringen. Als toelichting en ter onderbouwing moge dienen, dat in de ruim 14 uur durende openbare zitting van het Centraal stembureau op 10 en 11 September 2004, alle ruim 1400 ongeldige ondersteuningsverklaringen opnieuw door de heer Ytsma zijn geverifieerd aan de hand van de door het Centraal stembureau gehanteerde (GBA) gegevens. Daarbij is in geen enkel geval een feitelijke onjuistheid ten aanzien van de controle geconstateerd. Hoogachtend, De voorzitter Centraal Stembureau drs. CM. de Vos burgemeester |
| Tweede Beantwoording |
Tweede beantwoording brief ex art. 42 RvO van de fractie van ONS dd 1 5-
09-2004 inzake referendum over de parkeerverordening (zie 2004-400). (Raadsnummer 2004-447) VERZONDEN - 18 oktober 2004 Zeer geachte fractie, In uw brief (ex. Art.42 R.v.O) van 15 September jongstleden stelt u vragen over het referendumverzoek voor de Parkeerverordening 2004. Uw vragen genummerd 1 tot en met 4 behoren tot de compententie van het Centraal stembureau en niet van ons college. Wij wijzen u er op, dat het centraal stembureau een zelfstandig orgaan is, dat geen verantwoording is verschuldigd aan ons college of uw raad. Wij achten ons derhalve niet bevoegd om uw vragen te beantwoorden en hebben uw brief doorgezonden aan de voorzitter van het centraal stembureau burgemeester drs. C.M. de Vos. Aan het einde van uw brief stelt u ons college de vraag of wij bereid zijn om de raad voor te stellen een referendum te organiseren over betaald parkeren in en om de binnenstad van Nieuwegein. Het College van B en W overweegt niet om de raad voor te stellen een dergelijk referendum te houden. De besluitvorming over de parkeerregulering is na een uitgebreid inspraakproces tot stand gekomen. Op diverse punten hebben wij ingespeeld op de resultaten van de inspraak en de belangen van de betrokkenen. De financiele consequenties hebben wij voor de burgers en bedrijven zo miniem mogelijk gehouden. Dit is geborgd in het raadsbesluiten van 12 September 2003 en van 10 april 2004. Tevens zijn wij van mening dat uitstel van parkeerregulering tot ongewenste consequenties zal leiden, die wij juist willen voorkomen. Immers in 2005 wordt gestart met de werkzaamheden ten behoeve van de parkeergarages Palmtorens en Sint Antonius Ziekenhuis. Het is dan juist in het belang van de bewoners van die gebieden dat de schaarse parkeerruimte op een juiste wijze verdeeld wordt. Wij wijzen u er wellicht ten overvloede op, dat door de gemeenteraad van Nieuwegein in 1999 tot invoering van betaald parkeren is besloten en dit besluit is herbevestigd op 12 September 2003. Dit alles was gebaseerd op een raadsbesluit dat mede gebaseerd is op de inspraak over de nota VVP. Een van de besluitpunten luidde: invoering van de parkeerregulering in de le schil en de binnenstad vindt plaats vanaf 2004 te beginnen met de Doorslag rond het AZN. Ons college voert dit raadsbesluit uiteraard uit. Indien u wenst dat de raad hierover een referendum wil houden (buiten de werking van de Tijdelijke Referendum Wet om), staat het uw fractie vrij om een initiatiefvoorstel hiertoe te doen. Wij vertrouwen erop uw vragen voldoende te hebben beantwoord. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Nieuwegein, drs. CM. de Vos burgemeester drs. P.C.M. van Elteren secretaris |

