| > archief >Referendum | Augustus 2004Vragen ex. Art. 42 R.v.O.(raadsnummer 2004-343) |
| Nieuwegein, 3 augustus 2004 |
Geacht college, Er is nogal wat te doen rond het initiatief van de heer C. Ytsma om een referendum aan te vragen over de parkeerverordening. De wervingsactie van de heer Ytsma, waarbij hij mensen oproept te tekenen voor gratis parkeren, heeft aanleiding gegeven tot stukken in de krant, op de site van PEN, e-mails tussen raadsleden en het college en zo meer: het betaald parkeren staat immers niet ter discussie. Het woord 'misleiding' is zelfs gevallen en er heerst verontwaardiging over het misbruik van onze democratische regels. Het is roerend te mogen constateren dat alom geappelleerd wordt aan zuiverheid van handelen. Ongetwijfeld is de bijdrage van wethouder Monrooij over deze kwestie op de gemeentepagina in De Molenkruier van 28 juli jongstleden gericht op objectieve informatieverstrekking om deze zuiverheid te dienen. Wat ons in dit verband echter stoort, is dat de wethouder tegen het slot van het artikel ernstige woorden wijdt aan de kosten van een referendum en dit aan de bevolking meegeeft als overweging om voor of tegen een referendum te zijn. Deze boodschap bevat het onmiskenbare advies om het referendumverzoek niet te ondersteunen. De mededeling dat het referendum een democratisch recht is, doet daaraan niets af. Vraag 1: Vindt u met ONS dat het democratisch recht op het aanvragen van een referendum ontoelaatbaar wordt gehinderd wanneer een lid van het college in de krant bedenkingen uit betreffende de daaraan verbonden kosten? In het Utrechts Nieuwsblad van 31 juli jongstleden troffen wij een ingezonden brief aan, naar onze indruk van één van uw ambtelijke medewerkers, waarin er op aanzienlijk minder subtiele wijze voor wordt gepleit geen steun te geven aan het referendum. Het zou naar ons oordeel gepast zijn geweest terughoudender te zijn met het opvoeren van financiële consequenties, die overduidelijk blijk geven van professionele betrokkenheid bij de gemeentelijke organisatie. Het ingezonden stuk geeft voorts in heldere bewoordingen de keuzemogelijkheden aan die voor het vrijmaken van de benodigde middelen gemaakt zouden kunnen worden, waarmee de inzender zijn standpunt meer dan dubbel onderstreept. Vraag 2: Kunt u zich vinden in de inhoud van genoemde ingezonden brief? Wilt u uw antwoord hierop inhoudelijk toelichten? Vraag 3: Vindt u het in zijn algemeenheid aanvaardbaar dat ambtelijk medewerkers zich met gebruikmaking van interne informatie mengen in de publieke discussie, tenzij daartoe door uw college mandaat is verleend? Was zulks hier het geval? Vraag 4: Welke verantwoordelijkheid dicht u de gemeenteraad toe met betrekking tot de bekostiging van procedures, die voortvloeien uit de wettelijk verankerde democratische rechten van de burger? Het is inderdaad zo dat de gemeenteraad uiteindelijk besluit of tot een referendum zal worden overgegaan. Daarbij zal onder meer moeten worden gewogen of het verzoek voor het houden van een referendum overeen komt met de motieven waaronder de ondersteunende handtekeningen zijn geplaatst. In hoeverre verwerving van deze steun onder onjuiste of zelfs misleidende informatie heeft plaatsgevonden, valt daarbij dan nog te bezien. Er wordt immers wel vaker reclame gemaakt die slechts succesvol is als lokkertje... Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, B.T. de Winter, fractievoorzitter Onze Nieuwegeinse Samenleving |
| Beantwoording |
Onderwerp: Beantwoording brief ex art. 42 RvO
inzake referendum over de parkeerverordening (zie 2004-343). (Raadsnummer 2004-429) VERZONDEN - 20 augustus 2004 Geachte fractie van O.N.S, In uw brief (ex. Art.42 R.v'.O) van 3 augustus jongstleden stelt u vragen over het eventuele referendum over de parkeerverordening 2004. In deze brief beantwoorden wij uw vragen. Vraag 1: ONS: "Vindt u met ONS dat het democratisch recht op het aanvragen van een referendum ontoelaatbaar wordt gehinderd wanneer een lid van het college in de krant bedenkingen uit betreffende de daaraan verbonden kosten?" Nee. Wanneer het college of de gemeenteraad om een besluit wordt gevraagd is het goed gebruik dat er een financiele onderbouwing wordt gegeven zodat er een afweging tussen kosten en doelen kan worden gemaakt. In dit geval wordt de Nieuwegeinse kiesgerechtigden om een besluit gevraagd: het referendum ondersteunen of niet. Daarbij hebben zij ook recht op volledige informatie. Vraag 2: ONS: "Kunt u zich vinden in de inhoud van genoemde ingezonden brief? Wilt u uwantwoordhierop inhoudelijk toelichten?" De ingezonden brief waar u op doelt is op persoonlijke titel geschreven. De heer Bokstein is inwoner van Nieuwegein en in die hoedanigheid is dat zijn goed recht. Hem kunnen geen rechten worden ontzegd, die alle inwoners van Nieuwegein hebben. Kennis van zaken is naar onze overtuiging geen diskwalificatie om een ingezonden brief te schrijven: integendeel. Ons college heeft kennisgenomen van de ingezonden brief en heeft geen behoefte om daar inhoudelijk op te reageren. Vraag 3: ONS: "Vindt u het in het algemeen aanvaardbaar dat ambtelijke medewerkers zich met gebruikmaking van interne informatie mengen in de publieke discussie, tenzij daartoe door uw college mandaat is verleend? Was zulks hier het geval?" Wij juichen het toe dat inwoners van Nieuwegein van nun betrokkenheid getuigen. Wij vinden het vanzelfsprekend dat inwoners van Nieuwegein in de publieke discussie nun mening geven over politieke onderwerpen. De heer Bokstein heeft zijn ingezonden brief op persoonlijke titel als inwoner van Nieuwegein geschreven. Dat de heer Bokstein tevens ambtelijk medewerker is, doet niet ter zake. Verder zijn wij benieuwd naar wat u verstaat onder ‘interne informatie’. In de ingezonden brief van de heer Bokstein zijn wij alleen ‘openbare informatie’ (op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur) tegengekomen. Deze informatie is voor iedereen beschikbaar die daarin geïnteresseerd is. Vraag 4: ONS: "Welke verantwoordelijkheid dicht u de gemeenteraad toe met betrekking tot de bekostiging van procedures, die voortvloeien uit de wettelijk verankerde democratische rechten van de burger?ï De gemeenteraad heeft het laatste woord over de financièn van de gemeente Nieuwegein. In uw slotalinea schrijft u "Het is inderdaad zo dat de gemeenteraad uiteindelijk besluit of tot een referendum zal worden overgegaan. " Dat is onjuist. De Tijdelijke referendumwet is daar erg duidelijk in: wanneer het inleidend verzoek door 6% van de kiesgerechtigden wordt ondersteund, moet er een onherroepelijk een referendum worden georganiseerd. Het is dus niet 20 dat het de gemeenteraad na het behalen van de drempel nog een besluit 'wel of geen referendum' kan nemen. Wel heeft de raad het recht om uiteindelijk te bepalen of ze de uitslag van het referendum al dan niet naast zich neerlegt. Dit feit maakt het juist zo belangrijk dat de Nieuwegeinse kiesgerechtigden bewust met hun democratisch recht omgaan. Om dat te kunnen, hebben zij volledige en juiste inhoudelijke informatie nodig. En dat is precies de insteek geweest van het interview met wethouder Monrooij op de gemeentepagina. In dat interview lezen wij overigens geen beiïnvloeding, alleen de terechte oproep aan de Nieuwegeinse kiesgerechtigden om zorgvuldig met hun democratisch recht om te gaan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet. burgemeester en wethouders van Nieuwegein M.J. Monrooij loco-burgemeester |

