| > archief >inzake naleving VROM-wet- en regelgeving | Juli 2005Vragen ex. Art. 42 R.v.O.(raadsnummer 2005-) |
| Nieuwegein, 18 juli 2005 VROM inspectie - Gemeenterapporten Download brochure Uitvoering en handhaving van VROM regels door de gemeente Nieuwegein in 2003 |
Geacht college, In Magazine, het weekblad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, van 15 juli 2005, viel ONS oog op een mededeling met de titel “Gemeentelijke ondersteuning naleving VROM-wet- en regelgeving”. Uit deze mededeling valt op te maken dat er gemeenten zijn die de wet- en regelgeving op het gebied van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu onvoldoende naleven. De resultaten van diverse onderzoeken van de VROM-inspectie en een rapportage van de Stuurgroep Handhaven op Niveau hebben geleid tot het besluit om gemeenten aan de hand te nemen en te begeleiden naar een betere naleving van de regels. Wij hebben op de website van VROM trachten na te gaan of zicht is te krijgen op de onderzoeken, waarvan melding wordt gemaakt, en of ook Nieuwegein tot de onderzochte gemeenten behoort. Dat blijkt het geval te zijn. In een rapport, gedateerd 17 augustus 2004, wordt 28 pagina's besteed aan een oordeel over de wijze waarop Nieuwegein in 2003 is omgegaan met de regels omtrent bouwen, milieu, ruimtelijke ordening en de daaraan verbonden administratieve verplichtingen. De VROM-inspectie heeft u het rapport direct na gereedkomen toegezonden. Blijkbaar heeft u geen aanleiding gezien om de gemeenteraad hierover te informeren. Dat verbaast onze fractie, aangezien het rapport de activiteiten van de gemeente Nieuwegein op een flink aantal onderdelen als onvoldoende en slecht kwalificeert. Dat achten wij ernstig genoeg om de raad daarvan niet in het ongewisse te laten. U kunt het rapport zonodig rechtstreeks vinden via Google “VROM inspectie Nieuwegein en vervolgens bij 2004.” Twee aspecten uit het rapport willen wij nadrukkelijk aanhalen. In het hoofdstuk 6 ‘Uitvoering’, paragraaf 'Ruimtelijke Ordening' wordt over bestemmingsplannen het volgende opgemerkt: “Van de 50 bestemmingsplannen die in de gemeente Nieuwegein vigeren zijn er 33 (66%) ouder dan 10 jaar. Verleende vrijstellingen worden opgeborgen bij de betreffende bestemmingsplannen zodat er inzicht is in de verleende vrijstellingen. De afdeling Milieu geeft ondermeer aan waar de bedrijven zitten die in het kader van externe veiligheid aandacht behoeven in het bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft voor het overgrote deel van Nieuwegein verklaard dat een bestemmingsplan in voorbereiding is. Het betreft het gebied dat in het kader van de inhaalslag in de komende twee jaar (2004/2005) van een nieuw bestemmingsplan zal worden voorzien. De afdelingen Bouw en woningtoezicht en Stedenbouw en ruimtelijke ordening hebben de consequentie van dit gemeenteraadsbesluit niet goed gezien. Vrijwel alle bouwvergunningen kunnen door dit besluit niet meer zonder vrijstelling worden afgegeven. Doordat deze consequentie van het 'grote' voorbereidingsbesluit niet is gezien wordt in de gemeente Nieuwegein circa 70% van alle bouwvergunningen onrechtmatig verleend. Oordeel: De uitvoering van de taak Bestemmingsplannen is slecht”. Vraag: Waarom heeft uw college de gemeenteraad niet op de hoogte gesteld van de bevindingen van VROM? Vraag: Wat heeft u op eigen initiatief ondernomen om aan het onrechtmatig verlenen van bouwvergunningen een einde te maken en waaruit mag dat blijken? Vraag: Welke status hebben onrechtmatig verleende bouwvergunningen? Over vrijstellingen o.b.v. art.19,lid 3 WRO meldt VROM het volgende: “In de vrijstellingsbesluiten is geen motivering van het besluit opgenomen. Ook ontbreekt een formele beslissing van of namens Burgemeester en wethouders om toepassing te geven aan artikel 19a lid 4 WRO (art. 19a lid 2 WRO). De beschikkingen zijn doorgaans niet vergezeld van een ambtelijk advies waarom vrijstelling wordt gegeven. De vrijstellingsbesluiten lijken dan ook zo uit de lucht te komen vallen. De procedure vanaf artikel 19a lid 4 WRO wordt wel gevolgd. De termijnen waarbinnen het college moet beslissen worden vaak niet gehaald. In een enkel geval is geconstateerd dat de vrijstelling is gebruikt terwijl het bouwwerk niet valt binnen de limitatieve lijst van artikel 20 BRO. Over het algemeen gaat deze toets wel goed. Gelet op het al eerder genoemde voorbereidingsbesluit is geconstateerd dat het merendeel van de bouwvergunningen onrechtmatig wordt verleend doordat aan het voorbereidingsbesluit niet de juiste betekenis wordt toegekend. Gelet op het 'grote' voorbereidingsbesluit moet op grond van artikel 50, lid 6 van de Ww (Woningwet) voor vrijwel elke bouwvergunning tevens de aanhoudingsplicht worden doorbroken. Oordeel: De uitvoering van de taak vrijstelling op basis van artikel 19, lid 3 WRO is onvoldoende.” Vraag: Worden inmiddels wel formele, gemotiveerde beslissingen genomen door of namens uw college om toepassing te geven aan vrijstellingen en waaruit blijkt dat? Vraag: Welke gevolgen hebben de geconstateerde fouten voor vrijstellingen die zijn verleend voor gebouwen, waarvoor geen vrijstelling mocht worden verleend op grond van artikel 20 BRO? VNG en VROM-inspectie zullen een handreiking ontwikkelen en beschikbaar stellen aan gemeenten die daarmee een middel hebben om hun naleefgedrag projectmatig in beeld te brengen. Beide instanties gaan ervan uit dat in het vervolg jaarlijks aan de gemeenteraad zal worden gerapporteerd over het naleefgedrag van de wet- en regelgeving. Hierbij wordt in eerste instantie uitgegaan van de eigen inrichtingen, d.w.z. gebouwen en activiteiten waarbij de gemeente direct is betrokken. Vraag: Bent u bereid om de handreiking van VNG/VROM-inspectie te gebruiken om de raad jaarlijks over uw naleefgedrag te informeren? U kunt vanaf 18 juli 2005 de handreiking vinden op de website van VROM: www.minvrom.nl/inspectie onder projecten. Vertrouwende op een spoedige reactie, met vriendelijke groet, de fractie van Onze Nieuwegeinse Samenleving, B.Th. de Winter, fractievoorzitter |
| Beantwoording |

